ECLI:NL:GHARL:2018:1178

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 februari 2018
Publicatiedatum
7 februari 2018
Zaaknummer
200.179.554/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 RvArt. 1.7 LprArt. 2.14 LprArt. 10.1 Lpr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping hoger beroep wegens niet-naleving termijn memorie van grieven

In deze civiele zaak betrof het hoger beroep van Demajo Onroerend Goed tegen een vonnis van de kantonrechter. Demajo Onroerend Goed had meerdere malen uitstel gekregen voor het indienen van de memorie van grieven, maar heeft uiteindelijk niet binnen de gestelde termijn grieven ingediend.

Door het niet nakomen van de termijn verviel het recht om grieven te dienen, zoals bepaald in artikel 133 lid 4 Rv Pro en het Landelijk procesreglement (Lpr). Het hof heeft vervolgens het hoger beroep verworpen omdat het oorspronkelijke vonnis niet in strijd was met openbare orde.

Demajo Onroerend Goed werd als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door het hof te Leeuwarden op 6 februari 2018.

Uitkomst: Het hoger beroep van Demajo Onroerend Goed is verworpen wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven en zij is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.179.554/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3682594 \ CV EXPL 14-10988)
arrest van 6 februari 2018 in de zaak van:
Demajo Onroerend Goed B.V.,
gevestigd te Almelo,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
Demajo Onroerend Goed,
advocaat: mr. T.F. de Jong, kantoorhoudend te Groningen,
tegen

1.[geïntimeerde1] ,

wonende te [A] ,
2.
[geïntimeerde2],
wonende te [A] , en
3.
[geïntimeerde3],
wonende te [A] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen:
[geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. A.F.M. den Hollander, kantoorhoudend te Rotterdam.

1.Het geding in eerste instantie

1.1
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 2 december 2014 van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Enschede, en de vonnissen van 20 januari 2015 en 6 oktober 2015 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 21 oktober 2015 is door Demajo Onroerend Goed hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis van 6 oktober 2015 met dagvaarding van [geïntimeerden] c.s. tegen de zitting van 10 november 2015.
2.2
Aan Demajo Onroerend Goed is enkele malen uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven. Op de rol van 5 april 2016 is de zaak verwezen naar de rol op een termijn van 53 weken (11 april 2017) voor het nemen van de memorie van grieven (ambtshalve peremptoir).
2.3
Demajo Onroerend Goed heeft op laatstgenoemde datum niet van grieven gediend. In verband met de overgangsbepalingen van het nieuwe rolreglement is de zaak nog éénmaal voor vier weken aangehouden voor het nemen van de memorie van grieven, ambtshalve peremptoir.
2.4
Ter rolle van 9 mei 2017 heeft Demajo Onroerend Goed niet van grieven gediend en is ambtshalve akte niet-dienen verleend.
2.5
[geïntimeerden] c.s. hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid ex art. 2.14 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) om te verzoeken een memorie van eis in incidenteel appel te mogen nemen.
2.6
Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het procesdossier dat door Demajo Onroerend Goed is overgelegd.

3.De beoordeling

3.1
In art. 133 lid 4 Rv Pro is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten.
3.2
Met ingang van 1 september 2016 zijn diverse bepalingen van het Lpr ingrijpend gewijzigd. In art. 1.7 Lpr is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden nageleefd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit. Op grond van art. 10.1 Lpr zijn de bepalingen van het Lpr zoals die luiden met ingang van 1 september 2016 zowel van toepassing op zaken die vóór als op zaken die ná laatstgenoemde datum voor het eerst zijn ingeschreven.
3.3
Nadat de uitsteltermijnen voor het nemen van de memorie van grieven ongebruikt zijn verstreken, is op de rol van 9 mei 2017 het recht voor Demajo Onroerend Goed om een memorie van grieven te nemen, vervallen. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor arrest overeenkomstig art. 2.14 Lpr.
3.4
Nu Demajo Onroerend Goed geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat dit vonnis niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van Demajo Onroerend Goed worden verworpen.
3.5
Demajo Onroerend Goed moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal Demajo Onroerend Goed dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verwerpt het hoger beroep van Demajo Onroerend Goed;
veroordeelt Demajo Onroerend Goed in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerden] c.s. tot aan deze uitspraak vast op € 1.615,- aan verschotten en op € 447,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 6 februari 2018.