Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar vier minderjarige kinderen had afgegeven. De moeder betwistte de uithuisplaatsing en stelde dat de raad en de gecertificeerde instelling onvoldoende onderzoek hadden verricht en dat de veiligheid en zorg in de thuissituatie gewaarborgd waren.
De raad en de gecertificeerde instelling voerden aan dat er wel degelijk gedegen onderzoek was gedaan en dat er ernstige zorgen bestonden over de fysieke veiligheid en basale verzorging van de kinderen. Het hof nam het standpunt van de raad en gecertificeerde instelling over en concludeerde dat voldaan was aan de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing volgens artikel 1:265b BW.
Het hof constateerde dat er sinds november 2015 meerdere incidenten en zorgmeldingen waren, waaronder het alleen buiten aantreffen van jonge kinderen, onvoldoende opvolging van medische adviezen, en ernstige tekorten bij de kinderen zoals eczeem en ijzertekort. De moeder had onvoldoende onderbouwd waarom deze constateringen onjuist zouden zijn. Het hof vond dat de kinderen ontbraken aan een veilig en continu opvoedingsklimaat, en dat uithuisplaatsing noodzakelijk was. Het diagnostisch onderzoek naar de ouders wordt voortgezet alvorens eventuele terugplaatsing te overwegen.
Daarom werd de beschikking van de kinderrechter van 10 augustus 2017 bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wegens ernstige tekortkomingen in hun verzorging en opvoeding.