ECLI:NL:GHARL:2018:1325

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 februari 2018
Publicatiedatum
12 februari 2018
Zaaknummer
200.218.012/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.2 Wet basisregistratie personenArt. 282 lid 4 RvArt. 362 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkte wijziging geboorteakte en niet-ontvankelijkheid verzoek tot juridische vaderschapcorrectie

De vrouw en de man zijn in 2002 in Turkije gehuwd en in 2011 gescheiden. In 2011 is een minderjarige geboren die niet de biologische noch juridische dochter van de man is. De vrouw vroeg de rechtbank om vervangende toestemming voor een paspoort zonder instemming van de man, die als vader in de BRP stond geregistreerd.

De rechtbank wees dit verzoek af en beval de gemeente om de vadervermelding in de BRP te verwijderen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kwam hiertegen in hoger beroep, stellende dat een aanpassing in de BRP alleen op basis van een gewijzigd brondocument kan plaatsvinden, en dat een rechterlijke uitspraak nodig is om de geboorteakte te corrigeren.

Het hof vernietigde het bevel tot verwijdering in de BRP omdat dit niet uitvoerbaar is zonder een aangepast brondocument. Tevens verklaarde het hof het verzoek van de ambtenaar tot juridische vaderschapcorrectie niet-ontvankelijk omdat dit verzoek niet in eerste aanleg was gedaan en dus niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingediend volgens artikel 362 Rv Pro in verbinding met artikel 282 lid 4 Rv Pro.

De vrouw heeft geen verweer gevoerd. Het hof bevestigde daarmee de beperking van de bevoegdheid tot wijziging van de BRP en handhaafde de formele procedurele vereisten voor vaderschapcorrecties.

De beschikking van de rechtbank werd voor zover van toepassing vernietigd en het verzoek van de ambtenaar in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hof vernietigt het bevel tot verwijdering van de vadervermelding in de BRP en verklaart het verzoek tot juridische vaderschapcorrectie niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.218.012/01
(zaaknummer rechtbank C/19/117693 / JE RK 17-29)
beschikking van 8 februari 2018
inzake
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Emmen,
gevestigd te Emmen,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand,
en
[verweerster] ,
wonende op een geheim adres,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 22 maart 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 21 juni 2017;
- een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van 27 juli 2017 met productie(s).
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 21 december 2017 plaatsgevonden. Namens de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn verschenen mevrouw [A] en mevrouw [B] . Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de vrouw niet verschenen.

3.De feiten

3.1
De vrouw en [de man] (hierna: de man) zijn [in] 2002 te [C] , Turkije, met elkaar gehuwd. Bij beschikking van 13 juli 2011 van de rechtbank 's-Gravenhage is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 29 juli 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2
[in] 2011 is [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ) geboren. Ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] had de vrouw de Turkse nationaliteit en de man de Turkse en de Nederlandse. De vrouw heeft inmiddels vanaf 15 november 2016 door naturalisatie ook de Nederlandse nationaliteit verkregen.
3.3
Bij beschikking van de rechtbank van 13 maart 2013 is de man - voor zover hier van belang - niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [de minderjarige] . De rechtbank heeft verstaan dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] en dat de man naar Nederlands recht ook niet haar juridische vader is.
3.4
Bij inleidend verzoekschrift, binnengekomen bij de griffie op 23 januari 2017, heeft de vrouw de rechtbank verzocht vervangende toestemming te verlenen tot afgifte van een paspoort aan [de minderjarige] , welke in de plaats treedt van de toestemming / verklaring van geen bezwaar van de man.
3.5
Bij de bestreden beschikking heeft de kinderrechter het verzoek van de vrouw afgewezen. Tevens heeft de kinderrechter de gemeente van de woonplaats van [de minderjarige] bevolen om de vermelding van [de man] als vader van [de minderjarige] te verwijderen in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA).

4.De omvang van het geschil

4.1
De ambtenaar van de burgerlijke stand is in hoger beroep gekomen van de beschikking van 22 maart 2017. De ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen slechts voor zover het betreft - zo is ter zitting van het hof verduidelijkt - het bevel aan de gemeente van de woonplaats van [de minderjarige] om de man als vader van [de minderjarige] te verwijderen in het GBA en voor recht te verklaren dat de uitspraak van 13 maart 2013 dient te worden gelezen als een vaststelling dat de man niet de juridische vader van [de minderjarige] is en dat op die grond de akte van geboorte van [de minderjarige] verbeterd moet worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
4.2
De vrouw heeft geen verweer gevoerd.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Door de ambtenaar van de burgerlijke stand is toegelicht dat het bevel aan de gemeente zoals verwoord in de bestreden beschikking niet uitgevoerd kan worden omdat een aanpassing in de Basisregistratie Personen (BRP, voorheen GBA) slechts kan worden gedaan op basis van een (gewijzigd) brondocument, in dit geval de geboorteakte van [de minderjarige] . Pas indien de ambtenaar van de burgerlijke stand door middel van een rechterlijke uitspraak opdracht krijgt om de geboorteakte van [de minderjarige] aan te passen, kan daarna de vermelding in de BRP worden gecorrigeerd. Het hof volgt de ambtenaar van de burgerlijke stand hierin en overweegt dat gezien het bepaalde in artikel 2.2 van de Wet basisregistratie personen, sprake is van een bevel dat niet door de ambtenaar van de burgerlijke stand kan worden uitgevoerd. Het hof zal de bestreden beschikking ten aanzien van deze - ambtshalve - gegeven beslissing dan ook vernietigen.
5.2
Het hof constateert voorts dat de ambtenaar van de burgerlijke stand bij beroepschrift een verzoek heeft gedaan om voor recht te verklaren dat de uitspraak van 13 maart 2013 dient te worden gelezen als een vaststelling dat de man niet de juridische vader van [de minderjarige] is en dat op die grond de akte van geboorte van [de minderjarige] verbeterd moet worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand, hetgeen door hem in eerste aanleg niet is verzocht. Dit brengt met zich dat sprake is van een verzoek dat niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan ingevolge het bepaalde in artikel 362 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verbinding met artikel 282 lid 4 Rv Pro. Op grond hiervan kan het verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand niet in behandeling worden genomen. Het hof zal de ambtenaar van de burgerlijke stand niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek in hoger beroep.

6.De slotsom

6.1
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof beslissen als hierna vermeld.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 22 maart 2017, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
verklaart de ambtenaar van de burgerlijke stand niet-ontvankelijk in zijn verzoek dat de uitspraak van 13 maart 2013 dient te worden gelezen als een vaststelling dat de man niet de juridische vader van [de minderjarige] is en dat op die grond de akte van geboorte van [de minderjarige] verbeterd moet worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.W. Beversluis, mr. Dölle en M.A.F. Holtvluwer-Veenstra, bijgestaan door mr. I.M. Klaver als griffier, en is op 8 februari 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.