ECLI:NL:GHARL:2018:1550
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Anjewierden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in WAHV-zaak
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. De kantonrechter had het beroep afgewezen omdat het beroepschrift pas na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend, terwijl de beslissing van de officier van justitie op 21 augustus 2014 aan betrokkene was toegezonden.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de rechtbank voorafgaand aan de zitting de mogelijkheid had moeten bieden om de vermeende termijnoverschrijding toe te lichten en te herstellen, en dat het recht op een eerlijk proces was geschonden doordat dit niet gebeurde. Het hof oordeelde echter dat de beroepstermijn een voorschrift van openbare orde is, waar ambtshalve op moet worden getoetst, en dat het niet tijdig indienen van het beroepschrift geen verzuim is dat hersteld kan worden.
Het hof stelde ook dat hoewel het nuttig kan zijn om in de oproeping te vermelden dat de tijdigheid van het beroep ter zitting wordt besproken, hier geen wettelijke verplichting toe bestaat. De gemachtigde had bovendien geen bewijs geleverd dat het beroep tijdig was ingesteld of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring en wees het het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.