Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige centraal. De moeder was tegen de verlenging en verzocht het hof de beschikking te vernietigen, terwijl de vader de OTS wilde handhaven en tevens vroeg om ambtshalve wijziging van de gecertificeerde instelling (GI) en uitbreiding van de OTS naar een andere minderjarige.
Het hof overwoog dat de gronden voor de OTS nog steeds aanwezig zijn, omdat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling en de noodzakelijke zorg onvoldoende wordt geaccepteerd. De problematische verstandhouding en communicatie tussen de ouders, de kwetsbaarheid van de moeder door psychiatrische problematiek en de complexe gezinssituatie met meerdere minderjarigen spelen een rol.
De moeder en de minderjarige vinden de OTS niet meer nodig, maar het hof acht de maatregel noodzakelijk voor continuïteit van hulpverlening en toezicht. Verzoeken van de vader om de GI te wijzigen en om ambtshalve een andere minderjarige onder toezicht te stellen, worden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet in hoger beroep kunnen worden gedaan.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het meer of anders verzochte af. De beslissing is genomen door drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2018.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd en de verzoeken van de vader worden niet-ontvankelijk verklaard.