Verdachte stond in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin hij was veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, wegens rijden zonder geldig rijbewijs op verschillende momenten.
Het hof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht. Voor het feit van 7 januari 2015 sprak het hof verdachte vrij omdat niet overtuigend was bewezen dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was. Voor de feiten van 15 januari 2015 en 13 juli 2016 achtte het hof bewezen dat verdachte zonder geldig rijbewijs had gereden.
Gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op. Het hof baseerde zich op de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 februari 2018.