ECLI:NL:GHARL:2018:1816

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
23 februari 2018
Zaaknummer
21-005069-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 422 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 februari 2018 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een vrijspraak van de politierechter. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 17 april 2015 een personenauto bestuurde terwijl zijn rijbewijs voor de betrokken categorieën ongeldig was verklaard.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en oordeelde op basis van verklaringen van twee verbalisanten en de eigen verklaring van verdachte dat deze wist dat zijn rijbewijs ongeldig was. De verklaring van verdachte dat hij niet de bestuurder was, werd door het hof niet geloofd.

Het bewezenverklaarde werd gekwalificeerd als overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Gezien de ernst van de overtreding, eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van verdachte legde het hof een gevangenisstraf van twee weken op.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005069-15
Uitspraak d.d.: 23 februari 2018
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 27 augustus 2015 met parketnummer 96-108943-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. R.J.H. van der Wal, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 27 augustus 2015 vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 april 2015 te [plaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AL/AZ/B/BE, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof stelt voorop dat de selectie en waardering van bewijsmiddelen aan het hof is voorbehouden. Het hof is van oordeel dat het door de raadsman gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Twee verbalisanten hebben verdachte aan zijn gezicht en aan zijn kleding herkend als degene die op 17 april 2015 een personenauto heeft bestuurd. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van de verbalisanten te twijfelen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was. Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij niet de bestuurder was in het licht van de geselecteerde bewijsmiddelen ongeloofwaardig en legt deze daarom ter zijde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 17 april 2015 te [plaats] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AL/AZ/B/BE, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft op 17 april 2015 een auto bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft daarmee een belangrijke overheidsbeslissing genegeerd en het belang van de verkeersveiligheid veronachtzaamd.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 januari 2018, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.
Ook heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door de raadsman van verdachte ter terechtzitting bij het hof naar voren zijn gebracht en zoals deze blijken uit het reclasseringsrapport van 15 december 2017 opgesteld door Reclassering Nederland in een andere strafzaak van verdachte.
Alles afwegende en in onderling verband en samenhang bezien, en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, zoals ook is gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Aldus gewezen door
mr. K. Lahuis, voorzitter,
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. H.K. Elzinga, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Nicolai, griffier,
en op 23 februari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. H.K. Elzinga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.