ECLI:NL:GHARL:2018:1957
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep ontnemingszaak wegens vrijspraak strafzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld dat was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de ontnemingszaak. De verdachte was in de strafzaak vrijgesproken, en zijn raadsman voerde aan dat dit ook gevolgen moest hebben voor de ontnemingszaak. Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 511i Sv de uitspraak in de ontnemingszaak vervalt wanneer de veroordeling in de strafzaak achterwege blijft.
Het hof heeft daarom toepassing gegeven aan artikel 416, tweede lid, Sv en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep van de ontnemingszaak. De vordering van het openbaar ministerie tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 5.496,68 werd niet inhoudelijk behandeld.
De uitspraak werd gedaan na onderzoek van de zaak op de terechtzitting van 15 februari 2018 en het hof heeft kennisgenomen van de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte. Het arrest is uitgesproken op 1 maart 2018 door de meervoudige kamer voor strafzaken.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep van de ontnemingszaak vanwege vrijspraak in de strafzaak.