Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De moeder was tegen de beschikking van de kinderrechter die de minderjarige onder toezicht stelde en machtigde tot uithuisplaatsing bij grootouders. De moeder wilde onder meer dat de machtiging werd ingetrokken en dat de plaatsing bij oma aan moederszijde zou plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling terecht was vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van het kind, waaronder onrust, huiselijk geweld en psychiatrische problematiek bij de ouders. De moeder accepteerde onvoldoende hulpverlening, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk was.
De machtiging tot uithuisplaatsing was aanvankelijk gegrond, omdat het verblijf bij de grootouders een veilige en vertrouwde plek bood. Echter, toen de gecertificeerde instelling de minderjarige zonder nieuwe machtiging overplaatste naar een neutraal pleeggezin, werd de machtiging voor een ander doel gebruikt dan verleend. Daarom vernietigde het hof de machtiging vanaf die datum.
Verzoeken van de moeder tot plaatsing bij oma aan moederszijde, vervanging van de gecertificeerde instelling en geluidsopnames werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Het hof benadrukte het belang van stabiliteit voor het kind en spoorde de gecertificeerde instelling aan het perspectiefonderzoek voortvarend uit te voeren en de hulpverlening aan de moeder te ondersteunen.
De beschikking van de kinderrechter werd deels bekrachtigd en deels vernietigd, waarbij de machtiging uithuisplaatsing vanaf 27 oktober 2017 werd afgewezen.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling bekrachtigd, machtiging uithuisplaatsing vanaf 27 oktober 2017 vernietigd wegens ander doel gebruik.