Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of het gezag van de moeder over haar dochter met complexe problematiek hersteld kon worden en hoe de omgangsregeling met de kinderen vorm moest krijgen.
De moeder had haar leven verbeterd, maar het hof oordeelde dat zij niet duurzaam de verantwoordelijkheid kon dragen voor de opvoeding van haar ernstig beschadigde dochter, die lijdt aan hechtings- en traumagerelateerde problematiek en intensieve behandeling nodig heeft. De moeder erkende de ernst van de problematiek onvoldoende en haar visie week af van die van de hulpverleners. Het herstel van het gezag werd daarom afgewezen.
Wel werd de omgangsregeling gewijzigd. De raad voor de kinderbescherming adviseerde een uitbreiding van de omgang tot vier uren per maand, verdeeld over de gezinshuizen van de kinderen. Het hof volgde dit advies en stelde de omgangsregeling vast, met de uitvoering en verdere invulling in handen van de gecertificeerde instelling. De beschikking van de rechtbank werd op dit punt vernietigd en opnieuw beslist.
Het hof benadrukte het belang van regelmatige omgang en een goede samenwerking tussen moeder en hulpverleners, met het oog op het welzijn van de kinderen en de noodzakelijke hulpverlening voor de zwaarbelaste dochter.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het gezag werd afgewezen, maar de omgangsregeling werd uitgebreid tot vier uren per maand.