Uitspraak
1.[appellant1] ,
[appellant1],
2. De Haan Directie en Management B.V.,
De Haan Directie en Management,
3. [appellant3] Wijnjewoude Beheer B.V.,
[appellant3] Wijnjewoude Beheer,
[appellanten] c.s.,
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
€1.500,-
€11.000,-.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
"De Haan directie en management bv"boven staat, en die ondertekend is door [appellant1] in zijn hoedanigheid van directeur van die BV, wordt in de eerste alinea gesproken over de werkafspraken met de toelichting daarop van 14 juni 2010 en het concept bedrijfsplan. Op de eerste pagina van de brief wordt vervolgens onder het kopje
"Opdrachtnemer"vermeld:
"De overeenkomst is gesloten tussen de Haan directie & management bv en de heer [geïntimeerde] ".Gelet hierop, en gelet ook op de omstandigheid dat [appellanten] c.s. niet nader heeft toegelicht dat [appellant1] in persoon partij is bij de door hem gestelde overeenkomst tot arbitrage, is de incidentele vordering van [appellant1] afgewezen. De rechtbank heeft zich bevoegd geacht van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
grief 2);
grief 12);
(grief 13);
grief 15).
grief 14).
grieven 4, 5, 6, 7, 8, 10 en 11), althans dat dat in ieder geval na bewijsvoering zo was (
grieven 16 en 17). Een en ander betekent dat het hof op basis van alle in hoger beroep beschikbare stukken - dus niet alleen de in eerste aanleg overgelegde en de geweigerde stukken, maar ook de getuigenverklaringen - zal moeten beoordelen of de stellingen van [appellanten] c.s. in dit hoger beroep (voorshands) vast staan.
grief 3wordt onderstreept dat dit de afspraken zijn waar [appellanten] c.s. zich op beroepen. Uitsluitend voor meerwerk (dat niet aan de orde is) is volgens hen een uurtarief overeengekomen. Bij de verdere beoordeling zal het hof ook van dat standpunt uitgaan.
Jij hebt een bedrag van bijna € 60.000,00 daarvoor beschikbaar gekregen, uit erfenis!", "Ik stelde je, in staat door die erfenis een bedrag van € 56.500 beschikbaar in juni 2010, om daarmee al die schulden te regelen (…) Het aan jouw overgemaakte bedrag was bedoeld om de schuldeisers op een of andere manier te betalen (…), maar in de loop van de afgelopen jaren zie ik je in je e-mails dat je het bedrag beschouwt als een "vergoeding" voor je al of niet bestaande activiteiten voor mij."Ten tweede bestrijdt [geïntimeerde] dat in de werkafspraken wordt verwezen naar het stuk dat in het betoog van [appellanten] c.s. centraal staat: de 'Toelichting werkafspraken' van 14 juni 2010 (productie 74). Onder de kop 'Kosten werkzaamheden' staat in dat stuk het volgende:
volgens gemaakte werkafspraken onder betaling aangenomen werk'vielen.
Dit proces vergt tijd en een goede timing in de uitvoering. Geduld en goed communiceren is dus een must." Deze omstandigheden geven enige steun aan de stellingen van [appellanten] c.s. In het licht van hetgeen onder 5.12 is overwogen, is dat echter allesbehalve voldoende. Daarom komt het bij de verdere beoordeling aan op de weging van de al afgelegde getuigenverklaringen.
€1.631,- (1 punt x tarief IV)
1.944,-