ECLI:NL:GHARL:2018:2581

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 maart 2018
Publicatiedatum
19 maart 2018
Zaaknummer
WAHV 200.188.898
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 6:6 AwbArt. 2:1 AwbArt. 6 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid administratief beroep wegens ontbreken machtiging

In deze zaak heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het hof stelt vast dat de kantonrechter niet heeft beoordeeld of de beslissing van de officier van justitie om het administratief beroep niet-ontvankelijk te verklaren, gehandhaafd kan worden, zoals vereist volgens artikel 13, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De gemachtigde van de betrokkene, [A], had niet tijdig een schriftelijke machtiging overgelegd die noodzakelijk is om namens de beroepsgerechtigde het beroep in te stellen. Ondanks een schriftelijke waarschuwing en een termijn van vier weken om dit te herstellen, werd de machtiging te laat ingediend. De vertraging werd veroorzaakt doordat de machtiging aanvankelijk naar een onjuist adres werd gestuurd en pas na het verstrijken van de termijn alsnog per fax werd verzonden.

Het hof oordeelt dat dit verzuim voor rekening en risico van de gemachtigde komt en dat de officier van justitie terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep tegen deze beslissing wordt daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd. Hierdoor komt het hof niet toe aan de inhoudelijke bezwaren tegen de opgelegde sanctie.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het administratief beroep wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een tijdige machtiging.

Uitspraak

WAHV 200.188.898
19 maart 2018
CJIB 187995956
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 24 februari 2016
betreffende
[A] ,
wonende te [B] ,
beweerdelijk optredende voor [betrokkene] ,
wonende te [C] ,

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

[A] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[A] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie het door [A] ingestelde administratief beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [A] niet tijdig een machtiging heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om beroep in te stellen namens beroepsgerechtigde [betrokkene] .
2. Uit diens beslissing blijkt niet dat de kantonrechter heeft beoordeeld of die beslissing van de officier van justitie gehandhaafd kan worden, zoals artikel 13, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voorschrijft. Zonder een overweging te wijden aan die beslissing is de kantonrechter overgegaan tot een beoordeling van de door [A] tegen de inleidende beschikking aangevoerde bezwaren. Nu de kantonrechter heeft verzuimd de juistheid van de beslissing van de officier van justitie te beoordelen, kan de beslissing van de kantonrechter geen stand houden. Het hof zal die beslissing vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.
3. [A] heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking, waarbij een sanctie is opgelegd aan [betrokkene] (de beroepsgerechtigde in de zin van artikel 6, eerste lid, van de Wahv). Op grond van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan een beroepsgerechtigde zich in de fase van het administratief beroep laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde. Uit het tweede lid van deze bepaling volgt dat van een gemachtigde kan worden verlangd dat hij een schriftelijke machtiging overlegt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro kan het beroep vervolgens niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.
4. Bij brief van 13 april 2015 is [A] op dit verzuim gewezen door de officier van justitie en is hem een termijn van vier weken geboden om alsnog een machtiging over te leggen. Deze brief voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet blijkt dat vervolgens tijdig een machtiging is overgelegd.
5. [A] heeft aangevoerd dat hij de gevraagde machtiging op 1 mei 2015 per post heeft verzonden maar dat hij daarbij een onjuist adres heeft gebruikt, waardoor het poststuk is geretourneerd. Op 11 mei 2015 heeft [A] het poststuk retour ontvangen. Vervolgens heeft hij op 22 mei 2015, na diverse foutmeldingen bij eerdere pogingen, per fax de machtiging alsnog aan de CVOM verzonden. Hij heeft een afschrift van de machtiging en een faxverzendbewijs in het geding gebracht, waaruit blijkt dat die machtiging op
22 mei 2015 - na het verstrijken van de daartoe gestelde termijn - alsnog is verzonden aan de CVOM.
6. Hetgeen [A] naar voren heeft gebracht leidt het hof niet tot het oordeel dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat hij in verzuim was bij het te laat overleggen van de machtiging. Dat hij in eerste instantie een onjuist adres heeft gebruikt bij de postverzending, is een omstandigheid die voor eigen rekening en risico komt. Het hof wijst erop dat in de verzuimbrief het juiste adres van de CVOM is vermeld. Ook valt niet in te zien waarom [A] niet direct na het retour komen van de machtiging op 11 mei 2015 - dit is de laatste dag van de gestelde termijn - de machtiging alsnog heeft verzonden, al dan niet per fax, maar kennelijk heeft gewacht tot 22 mei 2015 alvorens dat te doen.
7. Gelet op het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat de officier van justitie terecht en op juiste gronden het administratief beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal het beroep tegen die beslissing ongegrond verklaren.
8. Daarmee komt het hof niet toe aan de door [A] aangevoerde bezwaren tegen de in deze zaak opgelegde sanctie.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.