ECLI:NL:GHARL:2018:2581
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid administratief beroep wegens ontbreken machtiging
In deze zaak heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het hof stelt vast dat de kantonrechter niet heeft beoordeeld of de beslissing van de officier van justitie om het administratief beroep niet-ontvankelijk te verklaren, gehandhaafd kan worden, zoals vereist volgens artikel 13, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De gemachtigde van de betrokkene, [A], had niet tijdig een schriftelijke machtiging overgelegd die noodzakelijk is om namens de beroepsgerechtigde het beroep in te stellen. Ondanks een schriftelijke waarschuwing en een termijn van vier weken om dit te herstellen, werd de machtiging te laat ingediend. De vertraging werd veroorzaakt doordat de machtiging aanvankelijk naar een onjuist adres werd gestuurd en pas na het verstrijken van de termijn alsnog per fax werd verzonden.
Het hof oordeelt dat dit verzuim voor rekening en risico van de gemachtigde komt en dat de officier van justitie terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep tegen deze beslissing wordt daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd. Hierdoor komt het hof niet toe aan de inhoudelijke bezwaren tegen de opgelegde sanctie.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het administratief beroep wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een tijdige machtiging.