Belanghebbende had voor het jaar 2012 specifieke zorgkosten geclaimd in verband met woningaanpassingen vanwege een lichamelijke en visuele handicap. De verbouwing kostte €12.846, waarvan een deel werd vergoed door verschillende stichtingen. De Inspecteur liet bij de aanslag de kosten niet geheel in aftrek toe en hield rekening met een waardestijging van de woning, gebaseerd op de WOZ-waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof bevestigde het standpunt van de Inspecteur dat de aftrek van specifieke zorgkosten beperkt is tot het bedrag dat daadwerkelijk op de belastingplichtige drukt, rekening houdend met vergoedingen en de waardestijging van de woning die niet meer mag bedragen dan 10% van de aanpassingskosten.
Het hof oordeelde dat de medische noodzaak van de aanpassingen en eventuele onduidelijkheid over compensatie door de verhuurder hieraan niets afdoen. De waardestijging moet worden meegenomen zoals de Inspecteur dat heeft gedaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.