Betrokkene werd beboet voor twee snelheidsovertredingen op dezelfde weg binnen drie minuten. De eerste overtreding vond plaats om 11:22 uur, waarna betrokkene werd staandegehouden en gewaarschuwd. Kort daarna reed hij weg en werd opnieuw met een snelheidsovertreding gemeten, zonder opnieuw te worden staandegehouden.
Betrokkene voerde aan dat het onmogelijk was om binnen drie minuten opnieuw te hard te rijden en betwistte de tweede overtreding, waarbij hij bewijs van ijking van het meetapparaat vroeg. Het hof oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende was en dat de ontkenning van betrokkene onvoldoende was om twijfel te zaaien.
Verder stelde betrokkene dat het opleggen van de tweede sanctie zonder nieuwe staandehouding onrechtmatig was, maar het hof stelde vast dat de verbalisant de bestuurder kende en hem had gewaarschuwd, waardoor een tweede staandehouding niet noodzakelijk was.
Betrokkene verzocht ook om een dwangsom wegens te late besluitvorming, maar het hof oordeelde dat dit niet van toepassing was omdat de kantonrechter en niet het bestuursorgaan de beslissing nam.
Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en verwierp het beroep van betrokkene.