Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
de moeder,
de GI.
de pleegouders.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van een minderjarige, die sinds 2016 onder toezicht staat en uit huis is geplaatst, verzocht om de schriftelijke aanwijzing van 13 april 2017 te laten vervallen. Deze aanwijzing beperkte de contacten tussen haar en de minderjarige aanzienlijk. De kinderrechter wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging.
Het hof oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing niet voldeed aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering zoals vereist door de Algemene wet bestuursrecht. De moeder was onvoldoende in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven, vooral omdat de onderliggende CHOP-tool niet aan haar was verstrekt en het gesprek waarin het voornemen werd meegedeeld chaotisch verliep.
Gezien de kwetsbare situatie van de minderjarige en de noodzaak tot beperking van contact, stelde het hof dat het wel noodzakelijk is de contacten te beperken en te begeleiden, maar dat het niet voldoende was voorgelicht om een definitieve regeling vast te stellen. Daarom bepaalde het hof een begeleid contactmoment op 9 april 2018 en gaf de gecertificeerde instelling de opdracht een nieuwe regeling op te stellen.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde de schriftelijke aanwijzing vervallen. Het belang van de minderjarige stond hierbij voorop, en het hof wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt vernietigd en vervallen verklaard; een begeleid contactmoment wordt vastgesteld.