ECLI:NL:GHARL:2018:2810
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk en proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke zaak
De betrokkene was in beroep gegaan tegen een administratieve sanctie opgelegd door de officier van justitie. De kantonrechter had het beroep gegrond verklaard en de sanctie vernietigd, maar wees een proceskostenvergoeding van €495 toe aan de betrokkene. De advocaat-generaal trok vervolgens de inleidende beschikking in, waardoor het hoger beroep voor zover het de vernietiging van die beschikking betrof, niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van belang.
Daarnaast vernietigde het hof het besluit van de kantonrechter omtrent de proceskostenveroordeling. De kantonrechter had geen vergoeding toegekend voor de uitgebrachte dupliek, een schriftelijke reactie op de repliek van de officier van justitie. Het hof oordeelde dat deze dupliek een geldige proceshandeling was en recht gaf op vergoeding.
Het hof stelde vast dat de proceskostenvergoeding gebaseerd moest worden op de verrichte proceshandelingen, waarbij een puntensysteem werd gehanteerd. Met een wegingsfactor van 0,5 en een puntwaarde van €501 resulteerde dit in een vergoeding van €1127,25 aan de betrokkene. Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot betaling van dit bedrag en verklaarde het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de advocaat-generaal is veroordeeld tot betaling van €1127,25 aan proceskosten.