Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[advocatenkantoor X],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling van de grieven en de vordering
handelsrente slaagt deze evenmin. Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] de overeenkomst van opdracht heeft gesloten in zijn hoedanigheid van bestuurder van [Bedrijf 1] - namens welke partij het kort geding is gevoerd - zodat sprake is van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.De slotsom
€ 311,00
390,47