ECLI:NL:GHARL:2018:2969
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctiebeschikking voetganger niet voor laten gaan op oversteekplaats
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet voor laten gaan van een voetganger op een voetgangersoversteekplaats. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene tegen de officier van justitie gegrond, maar liet de inleidende beschikking in stand.
In hoger beroep stelde betrokkene dat hij de gedraging niet had verricht en dat de voetgangers al bijna waren overgestoken toen hij de oversteekplaats naderde. De getuigenverklaring bevestigde dat er geen voetganger was die aanstalten maakte om over te steken toen betrokkene passeerde.
Het hof oordeelde dat de enkele aanwezigheid van een voetganger op de oversteekplaats onvoldoende is om te concluderen dat betrokkene deze voetganger hinderde. De verklaring van de verbalisant bood geen basis om vast te stellen dat betrokkene de gedraging had verricht. Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens het niet voor laten gaan van een voetganger is vernietigd wegens onvoldoende bewijs.