Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel die het gezag van de moeder over haar minderjarige kind beëindigde. Het kind is sinds oktober 2015 uit huis geplaatst en verblijft bij pleegouders. De moeder had onvoldoende samengewerkt met de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) bij het onderzoek naar haar opvoedingsvaardigheden.
De moeder en de vader hebben van medio 2013 tot begin 2015 samengewoond en het kind is in 2014 geboren. De Raad stelde het kind onder toezicht van de GI en beval spoed-uithuisplaatsing vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. De moeder had geen stabiele woonplek en vertoonde emotionele regulatieproblemen, waaronder verbale agressie. Ondanks behandeling bij een psycholoog bleef haar samenwerking met hulpverleners moeizaam.
De moeder voerde in hoger beroep negen grieven aan, waaronder dat het onderzoek niet adequaat was en dat zij een alternatief plan had aangeboden. Het hof verwierp deze grieven en nam de motivering van de rechtbank over. Het hof oordeelde dat de belangen van het kind voorop staan en dat de moeder onvoldoende had meegewerkt aan het noodzakelijke onderzoek. De aanvaardbare termijn voor thuisplaatsing was verstreken, waardoor het gezag terecht werd beëindigd.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de moeder af. De minderjarige kan nu ongestoord verder opgroeien in het pleeggezin met behoud van contact met de ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige.