Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de betrokkene,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
advocaat van de betrokkene met productie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het verzoek tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene centraal. De rechtbank Gelderland had op 29 maart 2017 een mentorschap ingesteld en de Gelderse Stichting tot Beheer & Bewindvoering benoemd tot mentor. Betrokkene ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof de beschikking te vernietigen en het mentorschap te beëindigen of toe te wijzen aan een door hem aan te wijzen persoon.
Betrokkene stelde dat hij zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk kan waarnemen en dat het mentorschap hem belemmert in zijn maatschappelijke terugkeer. Hij wees op het ontbreken van contact met de mentor sinds oktober 2017 en het feit dat hij steun krijgt van familie en vrienden. De Stichting stelde dat het mentorschap noodzakelijk was vanwege zorgen over zijn zelfredzaamheid en woonsituatie, maar erkende dat hulp ook anderszins kan worden geboden.
Het hof oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn leven op orde heeft, zelfvoorzienend is en helder van geest is. De wettelijke maatstaf voor het instellen van een mentorschap, zoals neergelegd in artikel 1:450 lid 1 BW Pro, was niet gehaald. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot mentorschap af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot instelling van mentorschap en wijst het verzoek af omdat betrokkene zijn belangen zelf kan behartigen.