Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de partneralimentatie na ontbinding van een kortdurend kinderloos huwelijk. De vrouw verzocht om een aanzienlijke verhoging van de alimentatie, terwijl de man verzocht om beëindiging van de alimentatieplicht. Het hof verwijst naar eerdere uitspraken en de gewijzigde omstandigheden sinds de echtscheiding.
De vrouw ontving een kleine uitkering en stelde een aanvullende behoefte te hebben, maar het hof oordeelde dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Zij heeft geen sollicitaties verricht noch een opleiding overwogen, ondanks gezondheidsklachten die niet met bewijs zijn onderbouwd.
Gezien de korte duur van het huwelijk, het ontbreken van kinderen en het tijdsverloop sinds de echtscheiding, acht het hof het redelijk dat de vrouw zelf in haar onderhoud voorziet. De draagkracht van de man werd niet betwist. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de alimentatie met ingang van de datum van het vonnis op nihil.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 5 april 2018 op nihil gesteld vanwege onvoldoende inspanningen van de vrouw om in eigen levensonderhoud te voorzien.