Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2018:3428

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 april 2018
Publicatiedatum
13 april 2018
Zaaknummer
21-005484-17
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 201 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs onttrekking aan bestemming post

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere tenlasteleggingen, waaronder het onttrekken aan de bestemming van poststukken door het ophangen van een brievenbus met een huisnummer dat overeenkomt met dat van de bewoners van een adres in Soest.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd omdat het tot een andere bewijsbeslissing kwam. Uit het onderzoek ter terechtzitting bleek onvoldoende wettig bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd.

Specifiek oordeelde het hof dat het enkel ophangen van een brievenbus met hetzelfde huisnummer als dat van de aangever niet automatisch een onttrekking aan de bestemming van post inhoudt. Verdachte had de brief ongeopend aan de politie overhandigd, waardoor het belang van vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van het postverkeer niet was geschaad.

Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen bepaalde tenlasteleggingen en sprak hem vrij van de overige tenlasteleggingen. Tevens werd de inbeslaggenomen brievenbus aan verdachte teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor onttrekking aan de bestemming van poststukken.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005484-17
Uitspraak d.d.: 13 april 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2017 met parketnummer 16-652749-17, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1965,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. J. Bredius, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is bij het vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor de verdachte niet open. Het hof zal de verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
2
primair:
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2017 tot en met 17 mei 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, telkens met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door listige kunstgrep en / of door een samenweefsel van verdichtsels, de postbezorger heeft bewogen tot de afgifte van poststukken bestemd en/of bedoeld voor de bewoners van de [adres] , in elk geval van enig goed, door een brievenbus met daarop het huisnummer [nummer] op te hangen;
2 subsidiair:
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2017 tot en met 17 mei 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door listige kunstgrepen en / of door een samenweefsel van verdichtsels, de postbezorger te bewegen tot de afgifte van poststukken bestemd en/of bedoeld voor de bewoners van de [adres] , in elk geval van enig goed, een brievenbus met daarop het huisnummer [nummer] heeft opgehangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2 meer subsidiair:
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2017 tot en met 17 mei 2017 te Soest opzettelijk en wederrechtelijk een brievenbus, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt;
2 meest subsidiair:
hij, op een of meer tijdstippen in de periode van 18 april 2017 tot en met 17 mei 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, telkens opzettelijk brieven of andere stukken, aan een post- of telegraafkantoor bezorgd of in een postbus gestoken, aan hun bestemming heeft onttrokken, geopend en/of beschadigd;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft vrijspraak van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde en bewezenverklaring van het meest subsidiair tenlastegelegde gevorderd.
De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit.
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair en 2 meest subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 2 meest subsidiair tenlastegelegde – het aan de bestemming onttrekken van post – overweegt het hof als volgt.
Kennelijk heeft de opsteller van de tenlastelegging met het ‘onttrekken aan de bestemming van brieven of andere stukken, aan een post- of telegraafkantoor bezorgd of in een postbus gestoken’, gedoeld op het ophangen van de brievenbus met het opschrift ’ [nummer] ’ door de verdachte op zijn perceel en wel zo dat de postbode daarin aan dat adres geadresseerde post kon bezorgen. Verdachte is thans woonachtig [adres] , Verdachte heeft echter eerder aan het adres [adres] gewoond. Ook nu wordt nog post voor verdachte aan dat adres toegezonden. Het hof is van oordeel dat het enkele ophangen van een brievenbus met daarop hetzelfde huisnummer als dat van de aangever niet zonder meer onttrekking in de zin van artikel 201 van Pro het Wetboek van Strafrecht oplevert. Dit artikel beschermt de vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van het postverkeer – met andere woorden: het belang dat brieven (ongeopend) door de postbode op hun bestemming worden bezorgd.
In deze zaak is een aan het adres [adres] geadresseerde brief door de postbode in de door verdachte op zijn perceel opgehangen brievenbus met het opschrift ’ [nummer] ’ bezorgd. Enkele dagen nadat de brief in de brievenbus van verdachte is gedaan, heeft de verdachte de brief ongeopend aan de politie overhandigd. Van onttrekken aan de bestemming is daarmee geen sprake.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair en 2 meest subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een brievenbus (wit) met het opschrift ' [nummer] '.
Aldus gewezen door
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. A. van Waarden, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.W.P. Soons, griffier,
en op 13 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Soons is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 april 2018.
Tegenwoordig:
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,
mr. P.A.C. Admiraal, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.