Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uit de verbroken relatie tussen de ouders is een minderjarige geboren die bij de moeder woont. De vader was jarenlang uit beeld en heeft na terugkeer in Nederland geen contact gezocht met moeder of kind. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met een omgangsregeling en kinderalimentatie van €200 per maand.
De vader stelde hoger beroep in tegen het gezag, de zorgregeling en de kinderalimentatie, maar trok zijn grief tegen de beschikking van juni 2014 in. De moeder voerde verweer en stelde dat het hoger beroep te laat was ingediend, wat het hof verwierp wegens onvoldoende bewijs van kennisname in 2015.
Het hof oordeelde dat gezamenlijk gezag niet mogelijk is vanwege het ontbreken van contact en overleg, en bevestigde het eenhoofdig gezag aan de moeder. De omgangsregeling werd aangepast naar eens per twee weken van vrijdagavond tot zondagavond en de helft van vakanties en feestdagen. De vader gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie, waardoor het hof uitging van voldoende draagkracht en de alimentatie van €200 per maand bekrachtigde.
De grieven van de vader faalden, behalve over de omgangsregeling die het hof wijzigde conform de gemaakte afspraken. De beschikking van november 2014 werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder, wijzigt de omgangsregeling en bekrachtigt de kinderalimentatie van €200 per maand.