ECLI:NL:GHARL:2018:3486
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Van Schuijlenburg
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontvankelijkheid beroep en zekerheidstelling bij taalbarrière in Wahv-procedure
De betrokkene, woonachtig in Polen en vermoedelijk onvoldoende beheersend van de Nederlandse taal, stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening en het niet stellen van zekerheid.
Het hof oordeelt dat mededelingen over wettelijke termijnen en vereisten, zoals het instellen van beroep en het stellen van zekerheid, aan een betrokkene in een taal moeten worden gedaan die hij redelijkerwijs kan begrijpen, conform artikel 6 EVRM Pro. De betrokkene gebruikte formulieren in het Pools en communiceerde in gebrekkig Nederlands, waardoor niet kan worden aangenomen dat hij de taal voldoende beheerst.
De kantonrechter wees de betrokkene in het Nederlands op de mogelijkheid tot hoger beroep, maar zonder vertaling in het Pools. Hierdoor kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim was met het tijdig instellen van beroep. Ook de mededelingen over de zekerheidstelling waren niet in het Pools, waardoor het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid onterecht was.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor nieuwe behandeling, waarbij de betrokkene een nieuwe termijn krijgt om zekerheid te stellen met mededeling in een begrijpelijke taal.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk verklaard en de beslissing van de kantonrechter vernietigd wegens onvoldoende taalvoorziening bij mededelingen over termijnen en zekerheidstelling.