Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1997 gehuwd en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig. Het huwelijk is in 2017 ontbonden. De rechtbank Overijssel bepaalde de partneralimentatie van de man aan de vrouw op €3.660 bruto per maand, met verlaging na vier en zes jaar.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de toedeling van aandelen in [B] B.V. aan de man en tegen de termijn en hoogte van de partneralimentatie. Zij vorderde dat de aandelen fiscaal geruisloos aan de man worden overgedragen en dat de alimentatie niet wordt verlaagd of beëindigd.
Het hof oordeelde dat partijen overeenkwamen dat de man zich zal inspannen voor fiscaal geruisloze overdracht, mits de vrouw meewerkt. Over de alimentatie stelde het hof vast dat de vrouw haar behoefte niet betwist, maar onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet in eigen levensonderhoud kan voorzien of zich daartoe voldoende heeft ingespannen. De vrouw heeft onvoldoende serieuze sollicitatie-inspanningen verricht en geen opleiding gevolgd.
Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd: de vrouw ontvangt vier jaar volledige alimentatie en daarna twee jaar een lager bedrag, waarna zij zelf een wijziging kan verzoeken. Het hof wees het verzoek van de vrouw tot verlenging of verhoging af.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep van de vrouw is voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikking en wijst het verzoek van de vrouw tot verlenging van partneralimentatie af wegens onvoldoende aantoonbare behoeftigheid.