Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
17 april 2018
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende diende bij de inspecteur een verzoek om ambtshalve vermindering van een belastingaanslag over 2005 in, dat door de inspecteur ten onrechte als beroepschrift werd aangemerkt en doorgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en wees een vergoeding van het griffierecht toe, maar liet een proceskostenveroordeling achterwege.
In hoger beroep stond enkel de vraag centraal of de inspecteur ook in de proceskosten moest worden veroordeeld. Het hof oordeelde dat het verzoek van belanghebbende geen beroepschrift was, maar een ambtshalve vermindering, waarvoor de bestuursrechter niet bevoegd is. De rechtbank handelde terecht door zich onbevoegd te verklaren.
Echter, het hof vond dat de inspecteur onzorgvuldig handelde door het verzoek door te sturen naar de rechtbank, waardoor onnodige proceskosten ontstonden. Daarom veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten in zowel eerste aanleg als hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht wegens onterechte doorzending van het verzoek om ambtshalve vermindering naar de rechtbank.