ECLI:NL:GHARL:2018:3752
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste oplegging aan kentekenhouder
De betrokkene was administratief gesanctioneerd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 27 oktober 2015. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. In hoger beroep werd echter vastgesteld dat het beroepschrift tijdig per post was verzonden en binnen de wettelijke termijn ontvangen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de sanctie terecht aan de kentekenhouder was opgelegd. Artikel 5 Wahv Pro bepaalt dat bij vaststelling van een overtreding met een motorrijtuig de sanctie aan de kentekenhouder wordt opgelegd tenzij er een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder was. Uit het dossier bleek dat de verbalisant vóór het opleggen van de sanctie met de bestuurder had gesproken, waardoor de sanctie niet aan de kentekenhouder had mogen worden opgelegd.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie en de sanctiebeschikking, en bepaalde dat de zekerheidstelling aan de betrokkene moest worden gerestitueerd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1002,-. De overige argumenten van de betrokkene bleven buiten beschouwing.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd; het beroep is gegrond verklaard.