Uitspraak
[appellant],
ICS,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert International Card Services B.V. (ICS) betaling van een bedrag van €500,- vermeerderd met rente van appellant. In eerste aanleg veroordeelde de kantonrechter appellant tot betaling van dit bedrag en proceskosten. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof beoordeelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep en stelt vast dat de vordering waarover de kantonrechter heeft beslist niet hoger is dan de appelgrens van €1.750,-. Dit betekent dat appellant niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep op grond van artikel 332 lid 1 Rv Pro. ICS had weliswaar een hogere vordering, maar deze werd in eerste aanleg niet aan de orde gesteld.
Het hof wijst erop dat appellant tegen het vonnis van de kantonrechter cassatie had kunnen instellen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, inclusief nakosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de kosten.