ECLI:NL:GHARL:2018:3861
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ingetrokken sanctie bij vaststelling dwangsom
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen een beslissing van de kantonrechter Midden-Nederland betreffende de vaststelling van een dwangsom en kostenvergoeding aan betrokkene.
De kantonrechter had het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een administratief beroepschrift gegrond verklaard en een dwangsom van €1260,- vastgesteld, alsmede de officier van justitie veroordeeld tot betaling van €495,- aan proceskosten. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) hoger beroep slechts mogelijk is indien de sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan €70,-. Aangezien de initiële sanctie reeds was ingetrokken, is hoger beroep niet mogelijk. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Verder wees het hof de gevraagde proceskostenvergoeding aan de zijde van betrokkene toe, waarbij één punt werd toegekend met een wegingsfactor van 0,25, wat resulteerde in een vergoeding van €125,25 ten laste van de advocaat-generaal.
Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de sanctie reeds is ingetrokken.