Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter Midden-Nederland waarin het verzoek tot ontslag van de mentor van de betrokkene was afgewezen. De betrokkene is onder mentorschap geplaatst vanwege niet-vermogensrechtelijke belangen zoals verzorging en begeleiding.
Verzoeksters, familieleden van de betrokkene, stelden dat de mentor onvoldoende functioneerde en verzochten om ontslag en benoeming van een opvolgend mentor. Het hof constateerde dat de familie verdeeld is over de wijze van verzorging en begeleiding, waarbij emoties hoog oplopen en sommige familieleden zelfstandig handelden, wat leidde tot noodopvang door de mentor.
Het hof oordeelde dat de mentor de belangen van de betrokkene adequaat behartigt, met een passende woonvoorziening en rekening houdend met culturele en religieuze aspecten. Er is geen sprake van non-communicatie of ernstige miscommunicatie door de mentor. De beperkingen in contact met familieleden waren een reactie op contra-productief gedrag van die familieleden.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van gewichtige redenen, werd het verzoek tot ontslag van de mentor afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de mentor blijft benoemd.