ECLI:NL:GHARL:2018:3982
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking parkeren vergunninghouders wegens strijd met RVV 1990
In deze zaak is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder zichtbare parkeervergunning, gebaseerd op artikel 20, derde lid, van de Parkeerverordening 2012 van de gemeente Arnhem. Betrokkene voerde aan dat zij geparkeerd had op een plaats bestemd voor betaald parkeren, ondersteund door een parkeerkaart.
Het hof oordeelt dat het parkeerverbod in de gemeentelijke verordening dezelfde strekking heeft als het verbod in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Omdat gemeentelijke verordeningen niet mogen afwijken van het RVV 1990 op dit punt, wordt de gemeentelijke bepaling verbindende kracht ontzegd.
Daarmee kan de sanctiebeschikking niet in stand blijven en wordt deze vernietigd. Het hof ziet geen aanleiding om de feitcode te wijzigen naar de overtreding van het RVV 1990. Tevens wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 751,50.
De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de opgelegde sanctie ingetrokken. De zekerheid die betrokkene had gesteld wordt gerestitueerd.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens strijd met het RVV 1990 en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.