ECLI:NL:GHARL:2018:4153
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep beloning en kosten bewindvoerders bij bewindvoering
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter Gelderland inzake de beloning, administratiekosten en reiskosten van twee bewindvoerders over de jaren 2013 tot en met 2016. De kantonrechter had de bewindvoerders opgedragen een bedrag van € 2.298,98 terug te storten aan de rechthebbende wegens vermeende onrechtmatige kosten.
De bewindvoerders stelden drie grieven voor: schending van het beginsel van hoor en wederhoor, onterechte terugvordering van administratiekosten en onterechte terugvordering van reiskosten. Het hof oordeelde dat de rechtbank de bewindvoerders ten onrechte niet mondeling heeft gehoord, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, maar dat dit verzuim in hoger beroep is hersteld.
Ten aanzien van de administratiekosten oordeelde het hof dat de terugvordering van € 814,98 terecht is, omdat de bewindvoerders geen uitzonderlijke omstandigheden hadden aangetoond die een hogere vergoeding rechtvaardigen. De terugvordering van reiskosten over 2015 en 2016 werd door het hof echter afgewezen, omdat deze kosten gerechtvaardigd waren gezien de bijzondere omstandigheden en het belang van de rechthebbende bij familiebezoek.
Het hof vernietigde daarom de beschikking voor zover deze betrekking had op de reiskosten, maar bekrachtigde de rest, en legde een terugstorting van € 814,98 op, minus reeds terugbetaalde bedragen, zonder betalingsregeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking en bepaalt dat bewindvoerders € 814,98 minus reeds terugbetaald bedrag moeten terugstorten, terwijl de terugvordering van reiskosten wordt afgewezen.