Uitspraak
[appellant],
de politie,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
De beoordeling van de grieven en de vordering
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 16 oktober 2009 trad de politie binnen in een pand waar appellant een hennepkwekerij exploiteerde. De politie had een machtiging tot binnentreden, maar het hof oordeelde in een eerdere strafzaak dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond, waardoor het binnentreden onrechtmatig was.
Appellant vorderde civiel schadevergoeding voor de vernietigde kweekinstallatie en de beschadigde deuren. Het hof overwoog dat hoewel het binnentreden onrechtmatig was, de geschonden norm niet strekte tot bescherming van het belang van appellant bij het ongestoord genot van goederen die in strijd met de wet waren. De vernietiging van de in beslag genomen goederen was bovendien rechtmatig op grond van onttrekking aan het verkeer.
Ten aanzien van de schade aan de deuren stelde het hof dat appellant eigen schuld had aan de schade doordat hij weigerde de deuren te openen, waardoor de politie moest forceren. Daarom werd de schade aan de deuren geheel voor zijn rekening gelaten.
De vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot schadevergoeding af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.