Uitspraak
kantoorhoudende te [D] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van 20 februari 2017 betreffende betrokkene. De gemachtigde van betrokkene had een brief ingediend die niet als beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie kon worden aangemerkt.
De kantonrechter had vastgesteld dat geen beroep was ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, een vereiste om hoger beroep tegen de kantonrechter te kunnen instellen op grond van artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De brief van 26 augustus 2016 was een rappel over het uitblijven van doorzending van het dossier, geen beroepschrift.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het ontbreekt aan een geldig ingesteld beroep bij de rechtbank. De zaak werd behandeld op 30 april 2018, waarbij betrokkene niet verscheen. Het arrest werd uitgesproken op 14 mei 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.