ECLI:NL:GHARL:2018:4649
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- Ch.E. Bethlem
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over grensoverschrijdende distributieovereenkomst in Benelux
In deze zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen voortvloeiend uit een distributieovereenkomst tussen Caberg, Motana Belgium en Moteo Nederland. De overeenkomst betrof exclusieve distributie van motorhelmen in België, Luxemburg en Nederland. Caberg had de overeenkomst opgezegd, waarna Motana Belgium en Moteo Nederland schadevergoeding vorderden wegens onregelmatige opzegging.
De rechtbank Midden-Nederland had eerder geoordeeld dat Caberg tekortgeschoten was en beperkte schadevergoeding toegekend, maar wees de meeste vorderingen van Moteo Nederland af wegens onbevoegdheid. Het hof toetst de bevoegdheid aan de hand van de EEX-Vo (Brussel I) en relevante jurisprudentie van het HvJ EU. Het hof oordeelt dat de vorderingen gegrond zijn op contractuele verbintenissen en dat de plaats van daadwerkelijke uitvoering bepalend is voor de bevoegdheid.
Uit de feiten blijkt dat de distributie en facturatie centraal vanuit België plaatsvonden en dat Motana Belgium de contractpartij was. Moteo Nederland was slechts een derde partij die via Motana Belgium distributeerde. Het hof verklaart daarom de Nederlandse rechter onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen en vernietigt de eerdere vonnissen. Moteo Nederland en Motana Belgium worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Moteo Nederland en Motana Belgium, en de eerdere vonnissen worden vernietigd.