ECLI:NL:GHARL:2018:4660

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
22 mei 2018
Zaaknummer
200.197.437
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstel arrest wegens geen kennelijke fout in kostenbegroting

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 3 april 2018 een arrest gewezen waarin de vonnissen van de rechtbank Gelderland zijn bekrachtigd en de appellant is veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Hoist Kredit heeft vervolgens verzocht om herstel van dit arrest, stellende dat er een fout is gemaakt in de toekenning van procespunten voor het salaris van de advocaat.

Hoist Kredit voerde aan dat het gerechtshof abusievelijk één punt aan salaris advocaat liquideerde, terwijl twee punten hadden moeten worden toegekend voor de comparitie en de memorie van antwoord. Het hof heeft dit verzoek opgevat als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout ex artikel 31 Rv Pro.

Na beoordeling oordeelde het hof dat er geen sprake was van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het bezwaar richtte zich immers op het inhoudelijke oordeel over de kostenbegroting, waarvoor de procedure van artikel 31 Rv Pro niet geschikt is. Daarom is het verzoek afgewezen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Beekhoven van den Boezem, Evers en Van Vugt en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2018.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het arrest wegens vermeende kennelijke fout in de kostenbegroting is afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.197.437
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 273814)

beslissing op verzoek ex artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [plaatsnaam] ,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellante] ,
advocaat: mr. G.J.B.C. Maton,
tegen:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Hoist Kredit AB,
wonende te Stockholm (Zweden),
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Hoist Kredit,
advocaat: mr. A.M. van Heest.
1. Het procesverloop1.1 Het hof heeft in deze zaak op 3 april 2018 arrest gewezen, waarbij het hof de vonnissen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 juni 2015 en
11 mei 2016 heeft bekrachtigd en [appellante] heeft veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, tot aan die uitspraak aan de zijde van Hoist Kredit vastgesteld op € 1.957,- voor griffierecht en op € 1.158,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (1 procespunt x tarief III).
1.2
Bij brief van 4 april 2018 heeft mr. Van Heest namens Hoist Kredit het hof verzocht om het arrest van 3 april 2018 te herstellen en is de ontvangen grosse aan het hof geretourneerd. Hoist Kredit heeft gesteld dat in het arrest een fout staat, die zich leent voor eenvoudig herstel. Hoist Kredit heeft aangevoerd dat het gerechtshof abusievelijk één punt aan salaris advocaat liquideert, waar dat twee punten hadden moeten zijn, te weten voor de comparitie na aanbrengen van 15 november 2016 en de memorie van antwoord van
14 maart 2017.
1.3
[appellante] is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Deze heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
2. De beoordeling en beslissing
2.1
Het hof vat het verzoek van Hoist Kredit op als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
2.2
Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de Memorie van toelichting bij artikel 31 Rv Pro is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of ander kennelijke fout sprake ingeval van zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen. Hoist Kredit heeft bezwaar gemaakt tegen het inhoudelijke oordeel van het hof betreffende het toekennen van procespunten bij de begroting van de kosten. Zij verzoekt het hof daarmee in wezen de in het arrest van 3 april 2018 uitgesproken kostenveroordeling te heroverwegen, althans een herberekening te maken. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv Pro niet. Het hof wijst het verzoek daarom af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.B. Beekhoven van den Boezem, S.M. Evers en M.H.F. van Vugt en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
22 mei 2018.