In deze civiele zaak tussen de bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling en een geïntimeerde betrof het geschil twee betwiste vorderingen: een huurvordering van €432.201,- en een regresvordering van €305.069,01. De rechter-commissaris verwees partijen naar een renvooiprocedure, bedoeld om deze vorderingen te behandelen.
Het hof constateerde dat deze vorderingen reeds onderdeel uitmaken van een lopende procedure die niet geschorst is. Daarom is een afzonderlijke renvooiprocedure niet aan de orde. Het hof besloot de renvooiprocedure niet als aparte zaak te behandelen, maar binnen de bestaande procedure te beslissen over de betwiste vorderingen.
Partijen krijgen de mogelijkheid zich bij akte uit te laten over hetgeen tijdens de verificatievergadering is besproken, te beginnen met de bewindvoerder. De zaak wordt daarna opnieuw op de rol geplaatst voor arrest. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Deze tussenuitspraak is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 29 mei 2018 en betreft procesrechtelijke aspecten rondom de procedurele behandeling van de vorderingen binnen een schuldsaneringsregeling.