Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd geconfronteerd met een belastingaanslag over 2012 waarin vermeende inkomsten uit een hennepkwekerij werden meegenomen. De Inspecteur baseerde deze aanslag op een strafrechtelijk onderzoek waarbij hennepkwekerijen in woningen van belanghebbende waren aangetroffen. Belanghebbende werd in de strafzaak veroordeeld voor feiten in 2013, maar vrijgesproken voor kweken in 2012.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het vermoeden van onschuld uit artikel 6 EVRM Pro ook geldt in de fiscale procedure, omdat er een verband bestaat tussen straf- en belastingprocedure. Het Hof bevestigde dit en oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende in 2012 inkomsten uit hennepteelt had genoten. De stelling van verhuur aan derden en de vrijspraak in strafzaak voor 2012 ontzenuwden het vermoeden.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, bevestigde de correctie van de hypotheekrente, maar wees de correctie van de vermeende hennepinkomsten af. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 26.221. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 26.221 en de belastingrente dienovereenkomstig, met veroordeling van de Inspecteur in proceskosten.