ECLI:NL:GHARL:2018:5063
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken leesbare machtiging
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de gemachtigde ongegrond verklaarde wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging. De gemachtigde had een onleesbare machtiging per fax overgelegd nadat hij was verzocht deze alsnog te verstrekken.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie het beroep terecht niet-ontvankelijk had verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de gemachtigde niet had voldaan aan het verzoek om een leesbare machtiging te overleggen. Het hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat het faxverzendproces, waardoor de machtiging onleesbaar werd, voor rekening van de gemachtigde komt.
De stelling dat de officier van justitie een verzuimherstelmogelijkheid had moeten bieden, werd door het hof verworpen. Het hof wees ook het verzoek tot vergoeding van kosten af. Hiermee werd de beslissing van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het ontbreken van een leesbare machtiging en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.