ECLI:NL:GHARL:2018:5139
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot vergoeding advocaatkosten mentor in hoger beroep
De kantonrechter had bij beschikking van 15 december 2017 het verzoek van de mentor tot vergoeding van advocaatkosten in hoger beroep afgewezen. De mentor was benoemd om het mentorschap van de betrokkene te vervullen en had verzocht om de kosten van rechtsbijstand door een advocaat in hoger beroep ten laste van het vermogen van de betrokkene te brengen.
Het hof overwoog dat volgens artikel 1:460 BW Pro en de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren een forfaitaire jaarbeloning geldt, waarbij alleen bij uitzonderlijke omstandigheden een afwijking mogelijk is. De inzet van een advocaat in hoger beroep werd niet als een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid aangemerkt, omdat een mentor ook zonder advocaat verweer kan voeren en het niet in het belang is van de betrokkene om deze kosten lichtvaardig te dragen.
De mentor had aangevoerd dat zij advocaatbijstand nodig had vanwege de aanwezigheid van advocaten van familieleden die haar wilden ontslaan. Het hof erkende de moeilijke positie van de mentor, maar vond dat een professionele mentor voldoende tegenspraak kan bieden zonder advocaat. Ook was niet gebleken dat de mentor zich niet kon verzekeren tegen deze kosten.
Daarom werd de bestreden beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en bleef het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten ten laste van het vermogen van de betrokkene afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten ten laste van het vermogen van de betrokkene.