Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Bewezenverklaring
of omstreeks28 februari 2017 te Utrecht,
althans in het arrondissement Midden-Nederland,opzettelijk,
al dan niet met voorbedachte rade[slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk met een mes,
althans met een scherp en/of puntig voorwerp,die [slachtoffer]
meermalen, in elk geval eenmaal(met kracht) in de buikstreek
en/of (elders) in het lichaamgestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Beslag
Vordering van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 97.687,69 (zevenennegentigduizend zeshonderdzevenentachtig euro en negenenzestig cent) ter zake van materiële schade.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 29.808,00 (negenentwintigduizend achthonderdacht euro) ter zake van materiële schade.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 36.889,00 (zesendertigduizend achthonderdnegenentachtig euro) ter zake van materiële schade,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 164.384,69 (honderdvierenzestig duizend driehonderdvierentachtig euro en negenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis,
vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 36.889,00 (zesendertigduizend achthonderdnegenentachtig euro)vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.