In het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake de ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft het Mega-onderzoek Mount Nepal, waarbij medewerkers van SNSPF onderling betalingsafspraken maakten en een deel van de uurvergoeding werd doorbetaald aan andere medewerkers.
De officier van justitie vorderde een ontnemingsbedrag van €1.069.762, terwijl de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel schatte op €575.545. Het hof heeft na onderzoek vastgesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel door [veroordeelde] €316.272 bedraagt. Deze vaststelling is gebaseerd op een gedetailleerde analyse van de kickbackbetalingen die via [veroordeelde] en haar vennootschap [bedrijf] zijn gefactureerd en ontvangen.
Het hof heeft de vordering tot ontneming van het voordeel aan de Staat opgelegd voor het vastgestelde bedrag en de overige vorderingen afgewezen. De uitspraak is gedaan na meerdere terechtzittingen en pleidooien, waarbij de verdediging betoogde dat geen wederrechtelijk voordeel was genoten, hetgeen door het hof niet werd gevolgd.
De beslissing is genomen onder toepassing van artikel 36e Wetboek van Strafrecht zoals dat gold ten tijde van de procedure. Het vonnis van de rechtbank is vernietigd en het hof heeft opnieuw recht gedaan door de ontnemingsverplichting vast te stellen op €316.272.