Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep stond het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp voor een jeugdige centraal. De kinderrechter had eerder een machtiging verleend voor een bepaalde periode, maar het hof moest beoordelen of deze kon worden bekrachtigd voor de periode vanaf 4 juni 2018.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een persoonlijk onderzoek door de gedragswetenschapper voorafgaand aan het verzoek. De gedragswetenschapper had haar instemming gegeven op basis van dossieronderzoek, omdat de jeugdige was weggelopen en onvindbaar was op het moment van onderzoek. Dit bleek niet te voldoen aan de strenge wettelijke eisen van artikel 6.1.2 lid 6 Jeugdwet, dat vereist dat de gedragswetenschapper de jeugdige kort tevoren persoonlijk onderzoekt.
Het hof benadrukte dat gesloten jeugdhulp een ingrijpende vrijheidsbeneming betreft en dat de waarborgen strikt moeten worden nageleefd. Omdat het persoonlijk onderzoek ontbrak, kon het verzoek niet worden gehonoreerd. Het hof vernietigde daarom de beschikking voor het betwiste tijdvak en wees het verzoek af. Het hof wees ook op de mogelijkheid van een spoedmachtiging als alternatief in situaties waarin persoonlijk onderzoek onmogelijk is.
De overige grieven van de jeugdige behoefden geen bespreking meer. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp af wegens het ontbreken van persoonlijk onderzoek door de gedragswetenschapper.