Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een zeer kwetsbare minderjarige met autisme en een laag IQ, die sinds 2014 op een zorgboerderij woont. De moeder was het niet eens met de verlenging en wilde de minderjarige overplaatsen naar een andere woonvoorziening.
In eerste aanleg had de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing reeds verleend en verlengd. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep, terwijl de raad en de gecertificeerde instelling verweer voerden en zelf incidenteel hoger beroep instelden.
Het hof oordeelde dat de belangen van de minderjarige zwaarder wegen dan de bezwaren van de moeder. Uit onderzoek bleek dat de minderjarige goed op zijn plek is bij de huidige woonvoorziening, waar hij zich heeft ontwikkeld en gehecht. Een verhuizing zou onrust en paniekaanvallen veroorzaken.
Het hof vernietigde de beschikking van 19 januari 2018 betreffende de ondertoezichtstelling en stelde de minderjarige opnieuw onder toezicht voor de duur van een jaar. De machtiging tot uithuisplaatsing werd bekrachtigd tot uiterlijk 25 juli 2018. De belangen van de minderjarige en continuïteit van zorg staan centraal in de beslissing.
Uitkomst: Het hof verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar en bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 25 juli 2018.