Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of gedaagde daadwerkelijk hout had gekocht van eiseres of dat diens schoonvader dit had gedaan. Na bewijslevering stelde het hof vast dat gedaagde of namens hem een e-mail was verzonden waarin de houttransactie werd besproken. De verklaring van eiseres als partijgetuige werd ondersteund door aanvullende bewijzen, waaronder facturen die niet waren betwist.
Gedaagde ontkende de koop en het versturen van de e-mail, maar het hof achtte dit ongeloofwaardig gezien de vastgestelde e-mail en de omstandigheden rond de levering en opslag van het hout. Ook de getuigenverklaring van een andere betrokkene werd niet geloofwaardig geacht vanwege belangenverstrengeling.
Het hof oordeelde dat het bewijs voldoende was om de koopovereenkomst vast te stellen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van € 29.353,17 plus € 1.068,53, beide te vermeerderen met wettelijke rente, en tevens tot vergoeding van de proceskosten in beide instanties. Het arrest werd uitgesproken op 26 juni 2018.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 30.421,70 plus wettelijke rente en proceskosten.