ECLI:NL:GHARL:2018:6066

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juli 2018
Publicatiedatum
2 juli 2018
Zaaknummer
21-006497-17
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor gewapende overval op pizzeria ondanks psychische stoornis verdachte

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 2 juli 2018 het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van een gewapende overval op een pizzeria. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van diefstal met geweld, maar veroordeeld voor afpersing tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Tijdens de terechtzitting gaf verdachte aan dat hij stemmen in zijn hoofd hoorde die hem aanzetten tot de overval, maar het hof achtte dit onvoldoende om zijn strafbaarheid te ontkennen. Ook werd vastgesteld dat verdachte zijn alibi niet kon onderbouwen met relevante gegevens van zijn OV-chipkaart, waardoor het alibi niet verifieerbaar was.

Het hof oordeelde dat de rechtbank de bewezenverklaring, kwalificatie en straftoemeting op juiste wijze had gedaan en kende daarnaast de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van €2.500,- met wettelijke rente toe. De bijzondere voorwaarden bij de proeftijd, waaronder diagnostiek en klinische behandeling, blijven van kracht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en toewijzing van schadevergoeding.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006497-17
Uitspraak d.d.: 2 juli 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2017 met parketnummer 16-700125-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in PI Nieuwegein, De Liesbosch 100, 3439 LC Nieuwegein.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
vrijspraak van het primair ten laste gelegde, bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan genoemde proeftijd dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden, zoals die in het vonnis van de rechtbank zijn opgenomen. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. R.G.M. Rijkhoff, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte bij vonnis van 14 november 2017 vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal met geweld en hem voor de subsidiair ten laste gelegde afpersing veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Aan genoemde proeftijd zijn, naast de algemene voorwaarden, de bijzondere voorwaarden verbonden dat verdachte zich zal melden bij Tactus Reclassering Nederland, zijn medewerking zal verlenen aan diagnostiek en een klinische behandeling, een en ander ter beoordeling van het NIFP, zijn medewerking zal verlenen aan een begeleid-wonentraject en aan arbeidstoeleiding en/of scholing, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. De vordering van de benadeelde partij werd toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist, zowel waar het gaat om de bewezenverklaring, de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, de kwalificatie als om de straftoemeting, de motivering daarvan en de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij. Door de verdediging zijn geen nieuwe elementen naar voren gebracht, die respons behoeven.
Mede gelet op hetgeen ter terechtzitting van 18 juni 2018 naar voren is gebracht, zal het hof aan hetgeen door de rechtbank is overwogen de navolgende overwegingen toevoegen.

Aanvullende overwegingen

Het hof stelt vast dat verdachte, ter terechtzitting van 18 juni 2017 gevraagd naar de stemmen die hij in zijn hoofd zegt te horen, daarop heeft verklaard:
Het zijn eigenlijk geen stemmen. Het zijn echte mensen, jongens. Ze zetten me aan tot dingen. Ze misbruiken me. Ze gebruiken mij als instrument. Ze zijn er altijd. Ze zitten al mijn hele leven bij mij. Het zou kunnen dat ze mijn lichaam hebben gebruikt om die overval te plegen. Ja, ik denk wel dat die jongens mij hebben gebruikt voor die overval. Met mijn lichaam was ik daar. Met mijn hoofd was ik thuis.
Het hof stelt voorts vast dat het op de weg van verdachte zou hebben gelegen om het door hem gegeven alibi voor de datum en het tijdstip, waarop de overval plaatsvond, te onderbouwen met de in dat verband relevante gegevens op de beweerdelijk door hem gebruikte OV-chipkaart. Verdachte heeft dat echter nagelaten, waardoor zijn alibi niet verifieerbaar is.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van de hiervoor opgenomen aanvullende overwegingen.
Aldus gewezen door
mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter,
mr. G.A. Versteeg en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,
en op 2 juli 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.