ECLI:NL:GHARL:2018:6089
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid volgens Wahv
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid volgens artikel 11, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De gemachtigde van betrokkene voerde in hoger beroep aan dat er een draagkrachtverweer was gevoerd en dat de toegang tot de rechter onterecht werd ontzegd, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou betekenen. Het hof oordeelde echter dat de aangevoerde bewoordingen van de gemachtigde geen met redenen omkleed draagkrachtverweer vormden, maar een voorwaardelijk verweer afhankelijk van het alsnog stellen van zekerheid.
Het hof benadrukte dat de kantonrechter niet verplicht was om een zitting te beleggen om de draagkracht te bespreken, omdat geen concreet draagkrachtverweer was ingebracht. Tevens werd gewezen op jurisprudentie dat de verplichting tot zekerheidstelling niet in strijd is met het vermoeden van onschuld uit artikel 6 EVRM Pro.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.