Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 25 juni 2018.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 18 december 2015 te Nijmegen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en het hof bevestigt deze beslissing in hoger beroep.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de geeltijden en pardontijd in Nederland te kort zijn ingesteld, wat het verantwoord stoppen bemoeilijkt. Hij verwees naar het IVER-rapport en stelde dat de magistratuur onvoldoende rekening houdt met achterliggers bij roodlichtgedragingen. Ook werd gewezen op aanpassingen in Nijmegen en regelgeving in België en Duitsland.
Het hof oordeelt echter dat deze algemene publicaties en aanbevelingen niet leiden tot rechten voor individuele weggebruikers en dat de kantonrechter een correcte berekening van de remafstand heeft gemaakt. De betrokkene heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om tijdig te stoppen.
Daarnaast verwierp het hof het verzoek om aanvullende stukken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, omdat het dossier compleet was en er geen redelijke twijfel bestond over de feiten.
Het hof bevestigt de boete van €230,- en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €230,- voor het niet stoppen voor rood licht en wijst het beroep af.