Uitspraak
[appellant] q.q.,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele nalatenschapszaak vordert appellant, als bewindvoerder in de WSNP van een erfgenaam, dat geïntimeerde binnen veertien dagen een boedelvolmacht ondertekent ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap van twee overledenen. De rechtbank wees deze vordering af, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof constateert dat de vordering van appellant geen wettelijke basis heeft en daarom niet toewijsbaar is. Tevens overweegt het hof obiter dictum dat in geval van onbeheerde nalatenschap de benoeming van een vereffenaar mogelijk is op grond van artikel 4:204 BW Pro. De feiten betreffen onder meer het overlijden van twee erfgenamen en de aanvaarding en verwerping van nalatenschappen door verschillende partijen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep en wijst het meer of anders gevorderde af. Geïntimeerde is niet verschenen in het geding. De uitspraak is gedaan op 10 juli 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de vordering tot ondertekening van de boedelvolmacht af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.