Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Het hof overweegt ten overvloede dat op grond van artikel 1.3, vierde lid van de Jeugdwet in verband met artikel 1.2 van het Besluit Jeugdwet ook door niet rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarigen aanspraak kan worden gemaakt op de voorzieningen ingevolge artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet tijdens de verwachte duur van het verblijf voor ten hoogste een half jaar. Het vijfde lid van artikel 1.3 van de Jeugdwet bepaalt dat dergelijke voorzieningen een vreemdeling geen aanspraak geven op een rechtmatig verblijf.